Nehalennia Homepage

VWO

Het VWO bestaat uit twee afdelingen: het gymnasium (waar naast de andere vakken ook les wordt gegeven in Grieks en Latijn) en het atheneum. Na de brugklas duurt de atheneum- of gymnasiumopleiding nog vijf jaar: twee jaar onderbouw en drie jaar bovenbouw. Zoals de naam al zegt (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs), leidt het VWO op voor een vervolgstudie aan universiteit of hogeschool.
Aan het eind van de onderbouw kiezen de leerlingen op grond van hun aanleg en belangstelling een profiel. VWO-leerlingen kunnen kiezen uit de volgende vier profielen:

• Cultuur en maatschappij
• Economie en maatschappij
• Natuur en gezondheid
• Natuur en techniek

Atheneum
Het atheneum duurt, net als het gymnasium, zes jaar en een atheneumdiploma geeft toegang tot de universiteit. Het is een perfecte opleiding voor iedereen die de capaciteiten heeft om te gaan studeren, maar bijvoorbeeld  niet zo goed is in talen of geen  interesse voor de Klassieken heeft. Er wordt natuurlijk wel een behoorlijke inzet van de leerling verwacht en de leerling moet goed zelfstandig kunnen werken om uiteindelijk een diploma te halen.
Een leerling kan in de brugklas kiezen voor (gewoon) VWO of voor tweetalig VWO (TTO).
Voor (hoog)begaafde leerlingen is er de mogelijkheid deel te nemen aan het begaafdheidsprofiel.

De plaatsing in het TTO en/of begaafdheidsprofiel is mede afhankelijk van test en advies. Behalve voor de reguliere route (tekenen en techniek) kunnen leerlingen kiezen voor Technasium of kunst en cultuur.
Leerlingen die kiezen voor het Technasium krijgen het vak Onderzoek en Ontwerpen aangeboden.

Gymnasium
Alhoewel het een onderdeel van het VWO is, verdient het gymnasium een aparte beschrijving. Als Latijnse School bestond het al in 1365. Uiteraard koesteren we deze eeuwenoude opleiding.
De keuze voor het gymnasium wordt gemaakt aan het eind van de VWO-brugklas. Die keuze houdt in dat in de tweede klas naast de andere vakken ook Latijn en Grieks worden gevolgd. Een leerling die later in één of beide talen met goed gevolg eindexamen doet, krijgt een gymnasiumdiploma. Voor leerlingen die een stap meer kunnen en willen zetten, is het volgen van Latijn en Grieks juist een verrijking en verdieping van het vakkenpakket. Er wordt wel eens gedacht dat dit alleen voor zeer begaafde leerlingen is weggelegd, maar niets is minder waar. Ook de ‘gemiddelde’ VWO-leerling kan deze vakken volgen. Belangrijk voor de kans op slagen is uiteraard een goede motivatie en belangstelling voor deze talen en voor de cultuur van de Grieken en Romeinen.
Maar daarnaast is doorzettingsvermogen en plezier in nauwkeurig werken en leren onontbeerlijk. Met andere woorden: met een goede studiehouding is ook die leerling in staat de oude talen te volgen en er plezier aan te beleven.


Om tot het gymnasium toegelaten te worden moet een leerling de volgende eigenschappen hebben: een goede studiehouding, meer dan gemiddelde vaardigheid in de moderne talen, belangstelling voor geschiedenis en cultuur en bereidheid tot extra inzet.
In de onderbouw van het gymnasium krijgen de leerlingen, behalve Latijn en Grieks, ook Engels, Frans en Duits. Na de derde klas kunnen ze kiezen: allebei de klassieke talen of één van beide. De andere vakken komen grotendeels overeen met die van het atheneum: de overige talen, natuurwetenschappen, maatschappijvakken, kunstvakken en lichamelijke opvoeding. Het gymnasium is dus de perfecte opleiding voor leerlingen die over een behoorlijke intelligentie beschikken, goed zelfstandig kunnen werken en bereid zijn om zich in te zetten voor een gymnasiumdiploma.


Eén van de hoogtepunten van de gymnasiumopleiding is de Rome- of Griekenlandreis die de gymnasiasten in de vijfde klas gaan maken. Overigens mogen met die reis ook leerlingen mee die KCV (klassieke culturele vorming) gekozen hebben.

SSG Nehalennia is onderdeel van de Mondia Scholengroep | Site by WIS